In het kort:
Faseverschuiving behelst dat signalen een tijdvertraging ondergaan.
Dat gebeurt in het ijzonder bij filters, schakelingen die bepaalde frequenties moeten doorlaten en andere verzwakken.
Daarvoor gebruiken we condensatoren en/of zelfinducties, omdat die een frequentie afhankelijke impedantie (soort weerstand) hebben.
Verwante onderwerpen:
wisselfilters, Condensator, Zelfinductie.
Bij condensatoren en zelfinducties geldt altijd dat de spanning er over 90 graden in fase is verschoven t.o.v. de stroom die er door gaat.

Fig 1.
De sinusvormige wisselspanning (van een zuivere toon, zonder boventonen) tekenen we meestal als de hoogte van een draaiende pijl, een vector.
De pijl draait linksom, tegen de klok in. Als we de hoogte van de pijl uitzetten tegen de hoek (= tijd) dan ontstaat de sinus vorm.
We tekenen de pijl of vector in stilstand, maar in feite draait 'ie met de frequentie als toerental.

Fig 2.
Hier zijn 2 signalen uitgezet met pijlen U en I, die 90° in fase verschoven zijn.
Neem U voor de spanning op een condensator en I voor de stroom er doorheen.
In het begin stijgt de spanning, de condensator moet opgeladen worden en daar is stroom voor nodig. Maar de spanning stijgt steeds langzamer, zodat er ook steeds minder stroom nodig is. Bovenaan, op 90° gaat de spanning dalen en keert de stroom om, om de condensator weer te ontladen, tot 'ie bij 180° geheel ontladen is.
Daarna gaat het spelletje omgekeerd verder.
De stroom ijlt vóór op de spanning.

Fig 3.
Hier is de situatie voor een zelfinductie getekend, de stroom ijlt hier na op de spanning.
In het onderste grafiekje is het product van stroom en spanning getekend, dat is vermogen (watts)
We zien dat het vermogen afwisselend positief en negatief is. Er gaat een hoeveelheid energie heen en weer tussen de zelfinductie en de signaalbron..